Ok, uitgeweken naar Fécamp dus om alsnog te tanken. Zo kom je dan door de voorzienigheid op plekken waar je anders waarschijnlijk niet zou komen. Ook leuk.

Wat minder leuk was, was dat de dieselpomp ‘hors service’ was. Even nagevraagd bij de capitainerie: ” Oh ja, doet ‘ie het niet? Nou, maar morgen wel hoor!” Wanneer morgen? Morgenochtend.”

Door schade en schande wijs geworden hebben wij de gehele ochtend in zwembroek vanuit de kuip met de verrekijker de dieselpomp geobserveerd. Ja, ’t is een zwaar leven aan boord. Afgezien van wat bezoekers van de pomp die vervolgens weer afdropen, was er geen enkele actie.

Pas diep na de siësta, die hier ook al doorgedrongen is, kwam er een mannetje in uniform het laddertje afzakken om vervolgens het bordje ‘hors service’ om te draaien. Wij als een wilde opgestoomd naar het ponton, onderwijl lokale vissers afsnijdend en Jan bellend. Die kwam, in een voor hem uitermate hoog tempo, datzelfde laddertje afgezakt, met onder zijn arm een natte klets van nog gauw wat op de markt gescoorde kabeljauwruggetjes geklemd. En zo konden wij volgetankt dan toch weer door naar het pittoreske St. Vaas la Hougue alwaar wij voor anker gingen, omhuld door een delicaat aroma van diesel met kabeljauw. Heerlijk hoor!
