Dieptepunten

Laten we het vandaag eens hebben over manoeuvres. Dat leeft momenteel nogal diep in mij. Interessant woord ook: man-oeuvres. Zou dát ermee samenhangen?

All-focus

Onze fraaie Aloeita – vrijplaats voor zeezigeuners en aanverwante hangculturen- doet op zee soms denken aan een volbloed merrie die er vandoor draaft. In zicht van de haven transformeert zij echter in een nukkige zee-ezel waarvan je niet weet waar je het peertje aan de hengel moet hangen. Nu is zij natuurlijk van het Arische ras ( broedplaats: Bremen) dus wellicht is zij daarom niet gecharmeerd van al die Middellandse zee flauwekul. Waar zij in Nederland en omstreken gewend is om haar flank tegen steiger of kade te vleien of mak de box binnen te stappen, mogen we haar in Griekenland verleiden om om te draaien, en met haar kont naar achteren, achteruit, de stal in te draven. En dáár houdt zij niet van…

All-focus

De Middellandse Zee Methode van afmeren is een interessant gebeuren waarbij je op ruime afstand van steiger of kade je anker erin pleurt, uitviert, en dan hard achteruit op de kade af vaart, op ‘loopplankafstand’ de vaart eruit trekt en 2 achterlijnen naar de wal uitgeeft waar dan hopelijk ringen of bolders zitten. Klinkt simpel; draai je je hand niet voor om. Maar met een langkieler, manmanman, wat een bevalling!

All-focus

De variant hierop is de Middellandse Zee Methode zónder steiger of kade, je verzint het niet. Dat gaat als volgt: eerst pleur je – wederom- je anker erin, vaart hard achteruit tot je niet meer durft, een gelukzalige opstappert springt van het schip in de bijboot met 50 meter stevige lijn om de nek, roeit als een gek naar de kant, klautert op handen en voeten over glibberige rotspartijen op zoek naar de ultieme punt of boom, flikkert de dikke, zoute van lijkstijfheid doortrokken lijn eromheen èn in een perfecte paalsteek, gooit zich terug in de bijboot, roeit met het schuim op de lippen terug naar de bijboot alwaar de lijn stijf doorgezet wordt. Dit alles -uiteraard- in een moordend tempo, want het is tenslotte vakantie! Ik zal u hier niet vervelen met allerhande interessante obstakels zoals te korte lijnen, afzakkende zwembroeken, op de loer liggende zee-egels, zuigend zeewier en anus-aanhalige algen waar Durex nog een puntje aan kan zuigen, krabbende ankers en de strijd met oprukkende flottieljes ( dat is een soort plaag van niet door enige ervaring gehinderde, in kudde varende huurboten) om die éne boom. Kortom, je zou er een Olympische sport van kunnen maken. Echt iets voor de Grieken om zoiets te bedenken. Alsof de Sirtaki dansen en na het eten je bord over je schouder gooien niet genoeg is.

All-focus

Afijn, in het zicht van de haven stijgt bij ons aan boord de spanning dus boven N.A.P. en daalt de stemming omgekeerd evenredig.

‘Zeg, De Boetselaere, hoe diep is het hier eigenlijk?’ vraag ik aan Björn, voor het anker erin gaat.

‘Tsja, niet zo diep zou ik toch zo zeggen’

‘Misschien even het lood erin hangen maar?’

‘ Het lood? Oh ja. Is dat niet dat ding? Dat van lood. Met die paarse vledders eran?’

‘Ja, dat kon ‘m wel ‘ns wezen De Boetselaere ‘

‘ Nou, het is hier toch zeker zo’n anderhalve vledder diep. Hoe diep steken we eigenlijk?’

‘ Één meters tachtig, De Boetselaere’

‘ Ach ja. En hoeveel vledders zou dat zo’n beetje maken, om en nabij zal ik maar zeggen, als het ware?’

‘ Geen idee, De Boetselaere. Misschien het meetstokje er lafjes tegenan houden?’

All-focus

Sinds Ibiza heeft de dieptemeter (budgettechnisch erg sterk, kwalitatief diep bedroevend) de geest gegeven en in afwachting van strakke actie van de leverancier varen we nu drie landen verder nog steeds op ‘gegist dieptebestek’. Waar we eerst het dieptelood als een nostalgisch memorabilium aan lang vervlogen tijden bewaarden, is deze nu tot de ruggengraat van ons zeemanschap verworden.

Het anker ( George, Georgie for friends) kan overboord. We varen hard achteruit. Dat wil zeggen: de motor staat hard te brullen maar het duurt nogal even voor de Aloeita daar gehoor aan geeft. Met harde zijwind verwaaien we dus flink, zeker als het even duurt voor Georgie de bodem heeft bereikt. Om te zien waar George vertoeft hebben we een interessant systeempje gemaakt. Als het anker van de rol is en de stok van onder de beugel, dan knopen we een lijntje aan het anker. Het andere uiteinde gaat door het oog van een gejat boeitje ( oude zeemansregel: als je er drie keer overheen gevaren bent, mag je ‘m houden) en daar zit dan een ouwe, dikke d-sluiting aan als contra-gewicht. Het idee is dat de lijn daardoor precies de lengte aanneemt van de anker diepte. Simpel en doeltreffend. Ware het niet dat het touwtje hier net te kort is waardoor het boeitje net uit het zicht, onder water, perfect op schroef-hoogte blijft hangen. Zucht…




Nu is het kijken wat de Aloeita gaat doen. Met een linksdraaiende schroef is haar schroefwerking naar rechts, maar tot onze stomme verbazing presteert ze het soms om haar kont naar links te draaien. Het fijnste is het om haar tussen twee schepen in te prakken, dan kan ze met haar kont draaien wat ze wil.

All-focus

Bij aankomst in Eufemia staat de havenmeester met hoed al druk gesticulerend op de kade. Geen idee wat hij roept. We gooien Georgie erin en dat leidt tot oerkreten, uitpuilende ogen en rondvliegend speeksel van zijn kant. We krijgen flauwtjes de indruk dat dit niet de plek is die hij voor het anker in gedachten had. Gauw halen we George weer omhoog, wat niet meevalt, want de ankerketting frommelt zich onderdeks op, dwars onder het gat door het dek, waardoor je hetzij in eerste instantie met een daartoe speciaal ingeschoren prikstokje door het gat moet prikken met een roterende, rechtstandige beweging, tot de berg onderdeks omvalt en de ketting weer vrijloopt, ofwel een sprintje moet trekken naar achteren, naar binnen moet springen, de zaklamp grijpen, naar voren hollen, je in de voorpiek werpen, het luik eruit rukken en dan -met de zaklamp tussen de tanden- met een soepele armzwaai de kettingberg onderdeks omver maaien. En dóórhieuwen maar weer! De ankerketting van de toekomstige buren komt ook mee omhoog. Wij zijn hier aan gewend. De havenmeester gaat volledig uit zijn Griekse naad! Ik vermoed dat dit authentieke Griekse verwensingen zijn. Vlug rukken we, met een speciaal voor dit doel hiervoor geïnstalleerd lijntje, de ketting van ons anker en stomen op naar een andere plek. En repeat! Aan kadans en volume van de Griekse taal te horen, is dit ook niet goed! Vanuit mijn ooghoeken zie ik de havenmeester zijn hoedje afrukken en er brullend op stampen. Maar we kijken stoïcijns de andere kant op en varen hard achteruit op de nukkige ezel terwijl Georgie zand en kettingen vreet. Dit is topsport! Aloeita bokt en steigert en omvarenden bewapenen zich met stootkussen voor aanstormende rampen! Tien minuten later slaken we een gezamenlijke zucht van verlichting bij het opentrekken van een koud aankomstbiertje. Bij de chandler (handelaar in scheepsbenodigheden; de moederkoek van elke booteigenaar) vraag ik of het hier normaal is dat de havenmeester zo opgefokt is. ‘ Welke havenmeester?’ vraagt de chandler. ‘ Die idioot met dat hoedje’ zeg ik. ‘ Oh hij. Dat is de dorpsgek. We hebben hier geen havenmeester.’

Eén opmerking over 'Dieptepunten'

  1. Komt me allemaal heel bekend voor.Maar na 20jaar op rij en een verblijf van 3maanden hadden{mijn vrouw en ik} het aardig onder de knie.Groeten Bart [vader van Mariska}

    Like

Plaats een reactie